MIJN VADER ZAL ONS REDDEN
Nee, lieve mensen, ik ben niet ten langen leste teruggevallen in een kinderlijk geloof dat de Schepper ons, hopla, van onze vijanden zal verlossen. Daar zullen we echt zelf aan moeten werken. En hard ook.
Het was een radeloze jongen van 15 jaar die zijn hoop uitschreeuwde dat zijn verwekker hem en zijn moeder zou helpen om aan de klauwen van zijn kwelgeest te ontkomen. “Mijn vader zal ons redden!”
Geloofde hij werkelijk dat zijn vader hem zou helpen? Of was het een bezwering in uiterste nood uitgekreten, hopend dat het waar zou mogen worden?
Zijn vader liet, toen zijn moeder 3 maanden in verwachting was, niets meer van zich horen. De moeder had daar vrede mee, want hij was er duidelijk nog niet aan toe om verantwoordelijkheden te dragen. Ze was gelukkig met het kind dat ze droeg en door haar eigen jeugdervaringen had ze toch ook al weinig behoefte aan een man in haar buurt die het vaderschap te schande zou gaan maken. Dus wat haar betreft, no problem.
Kort daarop bezwangerde hij een andere deerne en die zag het wel zitten om hem bij de les te trekken – zij joeg hem op de klomp naar het stadhuis en zij kregen – voor zover ik weet – 3 kinderen. Of dat huwelijk uiteindelijk een succes geworden is? Geen idee. Wel weet ik dat het prille vaderschap hem wel eens noopte wat huisraad dwars door de ramen op straat te flikkeren.
Wie weet, misschien is hij wel nooit gewend aan het vaderschap?
In ieder geval heeft hij nooit – niet één keer – omgezien naar zijn eerste zoon. Hopelijk hebben zijn andere kinderen wel iets van betrokkenheid van hem mogen ervaren…
“Mijn vader zal ons redden!”
Nee, zijn vader redde hem niet.
Tom werd doodgemaakt zonder zijn vader ooit te hebben gezien.
Ik wist het niet…
Dat Tom zijn vader en halfbroers/zusjes graag wilde leren kennen, dat wist ik wel.
Maar dat hij zo wanhopig verlangde naar hulp van zijn vader – nee, dat wist ik niet. Dat hoorde ik onlangs pas, ruim 12 jaar na zijn dood.
Het is moeilijk uit te leggen waarom dit me zo schokt.
Misschien omdat ik nooit kan wennen aan al het verdriet en verraad dat dit kind in zijn korte leven zo veelvuldig is aangedaan…
Illusoire idealen…
Ik snapte dat Tom op zoek was naar een familie. Een échte familie, waar hij bij zou mogen horen.
In de slangenkuil van mijn familie, kon hij die basale warmte niet vinden. Hoe hij ook zijn best deed om het iedereen naar het zin te maken, hij werd uiteindelijk toch slechts als een pion gebruikt om mij op de knieën te krijgen.
Ik gaf hem van jongs af aan de ruimte en gelegenheid om een relatie met mijn familie op te bouwen, in de hoop dat hij de lijm zou mogen zijn die onze familie zou kunnen helen. (Ik wilde toen nog niet weten hoe ziek het familieklimaat was en dat herstel dus vrijwel onmogelijk was.)
Ik hoopte zó voor hem dat hij dan tenminste wél zou worden geaccepteerd en gewaardeerd door mijn familie.
Natuurlijk voelde hij als vaderloos jongetje zich ook aangetrokken tot mijn broer.
Ik wilde toen nog graag geloven dat mijn broer, ondanks alles wat hij deed, het in wezen niet zo kwaad bedoelde. Ik ging er vanuit dat hij de brokken die hij maakte zelf, diep in zijn hart, eigenlijk ook wel betreurde, maar gewoon niet wist hoe hij met zijn zwakheden en zijn driftige aard om moest gaan. Bovendien, door zijn aanzienlijke maatschappelijke positie dorst over het algemeen niemand hem te corrigeren; dat helpt dus ook al niet. En zijn dreigementen? Ach, die nam ik niet serieus, hij had weliswaar een kort lontje en was een dwingeland, maar hij zou mijn kind toch nooit echt wat aandoen? Dacht ik. (HIER en HIER)
Van jongensdroom tot nachtmerrie
Mijn broer speelde handig in op de verlangens en gevoelens van Tom en achter de schermen werkte hij er hard aan om het kind in een sociaal isolement te drijven en aan zich te binden. Maar het werd steeds duidelijker voor hem dat Tom niet om te kopen of te dwingen was om zijn moeder de rug toe te keren.
Dus maakte Ome Kees het kind langzaam maar zeker kapot om dan zó de moeder tot in haar ziel te treffen.
En nee, dat bleek allemaal niets meer te maken te hebben met een kort lontje, of goede bedoelingen die een beetje beroerd uit de verf kwamen. Het was gewoon kille planmatige doelbewustheid. Wie niet naar zijn pijpen danst gaat eraan.
Na alle jarenlange schoolellende en sociale uitsluiting kwam de aap uit de mouw dat dit allemaal zorgvuldig geregisseerd was door Ome Kees middels geheime onderonsjes met scholen en mensen uit onze omgeving.
Tom was net 14, ontredderd door alles wat hij al had moeten doormaken trof het verraad van de man aan wie hij zo graag zijn vertrouwen had willen schenken hem als een mokerslag. En Ome Kees kende geen genade. Het masker van suikeroompje had hij laten vallen en meedogenloos sarde, vernederde en bedreigde hij zijn neefje. Tom leefde in constante angst dat hem en/of zijn moeder een ‘ongeluk’ zou overkomen.
En niet één in de familie floot Ome Kees terug.
Ook de kinderen van Ome Kees keken glazig toe en wilden of konden niet begrijpen wat er gebeurde en dorsten niets te doen of te zeggen. ( HIER)
Hand in hand samen door de hel
Tom en ik waren op elkaar aangewezen. We stonden als het ware rug aan rug, van alle kanten bedreigd door mijn broer en zijn talloze hulpjes en niemand stak een vinger uit om ons te helpen…
Het was dus logisch dat Tom, uitgeput en radeloos, het ideaal van een echte familie, die hem zou willen koesteren, projecteerde op zijn biologische vader en contact wilde zoeken met hem.
Maar ik was als de dood dat ook dat een debacle zou worden. Het zou de genadeklap worden voor dit geteisterde en door iedereen verraden kind als zijn vader hem ook nog zou afwijzen…
Ik zei hem dat natuurlijk niet – hij had zijn droom om een echte vader, broertjes, zusjes, een familie, te zullen vinden veel te hard nodig om staande te kunnen blijven in de hel die voor ons gecreëerd was.
Dus ik adviseerde hem te wachten tot hij wat ouder zou zijn en zijn leven op de rit zou hebben, dan zou hij zijn vader kunnen laten zien wat hij allemaal ondanks alles bereikt had. Zijn vader zou dan nog trotser op hem zijn… (In feite hoopte ik in stilte dat hij dan sterk genoeg zou zijn om een eventuele afwijzing te kunnen verwerken.)
Tom vond dat een goed plan. Zei hij.
Ik wist niet dat hij niet alleen bevestiging en waardering hoopte te vinden bij zijn vader…
“Mijn vader zal ons redden!”
Nee, hij moest sterven, zonder zijn vader ooit te hebben gezien en vrezend dat zijn moeder zijn dood niet zou overleven.
Nooit verdwijnt zijn pijn uit mijn lijf.
En na mijn lijf, bergt moeder Aarde onze pijn voor altijd in haar hart.
Maar zie, m’n jong, niet alleen ik, maar ook jij hebt het overleefd!
Ik heb het je toch steeds gezegd: alles komt goed… beloofd is beloofd!
Maar ach, dat weet je nu immers allang.
En ook de dood zal niemand die jou verried redden.
Zij zullen alleen zichzelf nog kunnen redden door jouw kruis te dragen.
Jouw hemelse Vader heeft dat zo verordonneerd.


Tom heeft tegen mij en anderen gezegd dat hij contact zou willen opnemen met zijn vader. Dat was in de tijd dat het jullie bekend was dat broer zich op een ziekelijke manier met jullie en school bezig hield. In de tijd dat hij weer een iets had verprutst voor Tom wat school betreft.
Tom wilde contact met zijn vader want hij dacht dat zijn vader jullie zou kunnen helpen om verlost te worden van oom Kees.
Ik weet niet of Tom ook contact met zijn vader heeft gehad.
De Pleiaden ja, goed gezien!
Tom had als kleine jongen zo’n engelenkoppie met krullen. In het jaar voor zijn dood begon zijn haar weer te krullen. Zijn prille sikje vond ik ook erg leuk.
Tja, al dat moois is voorbij… en is opgeslagen in de databanken van de kosmos.
Maar, het eternal face of my son ziet inderdaad álles en schijnt over ons allen..!
Ik kan mij heel goed voorstellen dat Tom zijn vader wel om hulp zou willen vragen.
Misschien als een van de laatste redmiddelen om uit die situatie te komen.
Mooie foto trouwens. Ik zie de Pleiaden op de achtergrond. Mooi gedaan zo!
Ook zag ik een baardje. Nooit gezien dat Tom dat had en krullen in het haar had ik ook nooit gezien. Ik zie ook dat hij op jou lijkt hoor.
Ik vind het fijn om Tom ook zo te zien. De “Eternal face of my son” doet mij denken aan een groot oog die alles ziet.