Tom Oldenbroek

Aflevering 5

Door , 27 april 2011

In de vorige aflevering heb ik aangetoond (o.a. aan de hand van de stukken verkregen door een WOB-procedure) dat er dus ook bij politie en justitie ernstige vooroordelen heersten ten gevolge van de verhalen die door mijn broer in de wereld gebracht waren over mijn gezin.

Deze vooroordelen verklaren dus waarom er geen actie is genomen om de dood van Tom te voorkomen en waarom na zijn dood de zaak meteen werd weggezet als een ongelukkige samenloop van omstandigheden waar een falende opvoeding aan ten grondslag zou liggen. Mijn zoon zou, zo werd gesteld, bezopen verzopen zijn (om het zo maar even samen te vatten). En hoe laakbaar ook, zoiets is geen misdrijf.

De diverse aanwijzingen (zoals o.m. de bevindingen van het toxicologisch rapport) dat er zeker wel sprake zou kunnen zijn van een misdrijf, werden domweg genegeerd en de zaak bleef in de doofpot en de meest voor de hand liggende verdachte buiten schot.

De vooroordelen waren sterk en bovendien stond niemand natuurlijk te trappelen om toe te geven dat men helemaal op het verkeerde been was gezet door Kees Oldenbroek, met álle vreselijke gevolgen van dien. En daarom – wat er ook verder allemaal nog boven water zou komen – werd er krampachtig vastgehouden aan de ongefundeerde ongelukstheorie.

Ik ontving 13 juli 2000 – 5 maanden na de dood van Tom – van ovj de Graaf het raam-pv (verslag van vinding en ‘onderzoek’) Ook daaruit en uit het begeleidend schrijven bleek dat het ‘onderzoek’ een farce was geweest en dat er gedraaid, gelogen en gemanipuleerd werd om mij en de zaak te smoren.

In mijn reactie zette ik een paar dingen op een rijtje:

> klik op afbeelding voor vergroting

Het was dus helder dat onze rechtsstaat verstek liet gaan, de dood van een kind onder het vloerkleed wenste te schuiven om, waarschijnlijk, het eigen falen te verbloemen.

In augustus – een half jaar na de dood van Tom – kreeg ik het sectierapport in handen. Het rapport was nogal algemeen en gaf geen concrete informatie over de doodsoorzaak en het tijdstip van overlijden. Des te meer aanleiding dus voor allerlei vragen!

(Later bleek dat, aangezien de politie het lijk had aangeleverd met de mededeling dat Tom in de nacht waarin hij verdween te water was geraakt, dit door het NFI, onterecht, als een feit was aangenomen.) Wel wordt geconcludeerd (door het NFI): “Er zijn geen positieve aanwijzingen gevonden voor verdrinking.”

In het begeleidend schrijven liet ovj de Graaf me echter weten: “De inhoud van het rapport geeft overigens geen aanleiding voor een voortgezet strafrechtelijk onderzoek.”

Inmiddels had ik een privé detective ingehuurd, benaderde ik de media, schreef ingezonden stukken, voerde een lijvige correspondentie met politie en OM (waarvan de lijvigheid geheel voor mijn rekening kwam), schreef het College van procureurs-generaal aan, faxte de Tweede Kamer, brainstormde met externe deskundigen, bestudeerde de dossiers en verdiepte me wat in de forensische wetenschappen, enz. enz.

En natuurlijk faxte ik ook mijn broer, die zo ‘aangeslagen’ was door mijn vermoeden dat hij zijn dreigementen had waargemaakt, dat hij me dood verklaarde in de Telegraaf. Ik vroeg hem – tevergeefs – om mijn pogingen om een onderzoek naar de dood van Tom op gang te krijgen te steunen. Ik kreeg geen enkele reactie van hem; aan een onderzoek (dat dus misschien alle vermoedens en speculaties zou kunnen wegnemen) had Kees blijkbaar geen behoefte.

De privé detective (oud-rechercheur Bert Santema) bracht wat interessante zaken boven water (waar de politie ook niets mee deed) en had geen goed woord over voor het onderzoek dat door de politie ( het bovengenoemde gesprek met het NFI had nog niet plaatsgevonden) was gedaan:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

> klik op afbeelding voor vergroting

In oktober 2000 werd mij (en mijn toenmalige adviseur) tenslotte een gesprek met ovj de Graaf toegestaan.

Ook dit gesprek bevestigde weer dat dit een doofpotaffaire was en moest blijven. Tevens bleek ook uit dit gesprek dat er sprake was van vooroordelen jegens mijn gezin; dit was voor mij aanleiding om via een WOB-procedure het ‘politiedossier’ op te vragen waar ovj de Graaf naar verwees in dit gesprek (zie afl. 4).

Citaten (vet cursief) uit gespreksverslag:

.. “(inmiddels was het “rapport van de lijkschouw” overhandigd, zie punt 4 hieronder. Dit blijkt slechts twee summiere observaties te bevatten, letterlijk: “geen verwondingen”en “waarschijnlijk verdronken”)

V (mijn toenmalige adviseur) vraagt waarom de schouw niet uitvoeriger is geweest (bijvoorbeeld opname temperatuur, lijkvlekken, etc.) indien wel reden aanwezig was om een sectie te doen verrichten. G (ovj de Graaf) : dit is niet gebruikelijk, er was geen reden voor en het had geen zin gehad bij een stoffelijk overschot dat buiten was gevonden.” (??? Binnen of buiten, de temperatuur van het lijk en de omgevingstemperatuur kunnen een indicatie geven van het tijdstip van overlijden.)

“Uit het gesprek blijkt verder dat theorieën omtrent soorten misdrijf of mogelijke daders niet zijn gehanteerd. V: De vrees voor gevaar en verdenking van O (dat ben ik) t.o.v. haar broer, voorafgaand aan Tom’s verdwijnen geuit en ook fia vinding van Tom, zijn niet als ingebrachte informatie in het dossier terug te vinden.

G: Er komt bij dit soort zaken veel informatie op ons af en het is mijn beslissing om daar al of niet wat mee te doen. In het onderhavige geval besloot ik om dat niet te doen, ik ben daartoe bevoegd. (Ook een ovj hóéft natuurlijk niet alles te doen wat hij mág doen… een foutje in het systeem dat een ovj zoveel macht heeft… )

V: het heeft er de schijn van dat u inbreng van O beschouwt als flauwekul.

G bevestigt dit non-verbaal en voegt toe: u moet weten dat wij beschikken over een dik dossier van jarenlange mutaties betreffende toestanden in het gezin. Bladerend: hier zie ik iets over winkeldiefstal en hier, in 1996, hebben zowel Tom als u (O) gezegd zelfmoord te willen plegen.”

Dat Tom een keer een pakje shag had gestolen was me bekend (zie afl. 4), maar een dik politiedossier?? En wij zouden zelfmoord willen hebben plegen???

Ik wilde weten wie dat heeft beweerd. Maar dat wilde G niet zeggen. V: dan zullen we weer met een beroep op de WOB inzage vragen.

G: u vraagt maar raak, maar deze stukken krijgt u niet, de WOB heeft hier geen betrekking op.

V: waarom niet?

G: omdat er gegevens over personen in staan die recht hebben op hun privacy.”

Hiermee zegt de Graaf in feite dus dat wij, Tom en ik, dat niet gezegd hebben (en dat klopt ook), maar iemand heeft beweerd dat wij suïcidaal zouden zijn! En wie was het ook al weer die de wereld erop aan het voorbereiden was dat wij tragisch aan ons eind zouden komen? Juist, dokter Kees Oldenbroek! En deze heeft natuurlijk recht op zijn privacy!

Ik heb evenwel via de WOB toch de nodige onthullende stukken in handen gekregen (zie afl. 4). Raar trouwens dat een ovj onterecht beweert dat de W(et) O(penbaarheid) B(estuur) voor mij niet zou gelden… Ach, guttegut-nog-an-toe, wie kan je tegenwoordig nog vertrouwen?

G: Mijn theorie is dat Tom na het stappen naar huis wilde, maar dat lukte niet. Hij is toen gaan dwalen, verloor zijn schoenen, raakte te water en verdronk. (Welja, houd het simpel…)

V: Hoe hanteert u in deze theorie het gegeven van de hoge medicijn concentratie in Tom, zoals uit de sectie bleek?

G: Tom kan dat zelf hebben ingenomen.

V: u bedoelt dat Tom zelfmoord heeft gepleegd?

G : niet noodzakelijk, hij kan het ook zonder dat oogmerk hebben ingenomen.

V: Heeft u in deze gedachtegang een vermoeden waar Tom de medicijn vandaan kan hebben gehaald, het is niet zonder doktersrecept verkrijgbaar. Heeft u daar onderzoek naar ingesteld?

G: Nee, dat was niet nodig, want Tom kan de medicijnen hebben opgespaard in de voorafgaande weken.

V: Als u dit veronderstelde, waarom is dan niet in het dossier te vinden dat deze aanname is geverifieerd?

G gaat hier niet op in.”

Kortom, de ovj ging er voor het gemak van uit, dat wat er ook in het lichaam van Tom aangetroffen wordt, Tom zal het er zelf wel ingestopt hebben. Dat de betreffende medicijnen niet uit onze eigen voorraad konden komen, vergeet hij maar liever gewoon. En wie zou er ook al weer zonder problemen aan medicijnen kunnen komen waar een recept voor nodig is..?

De ovj vindt het ook niet nodig in te gaan op het feit dat er geen water in de longen en geen diatomeeën zijn aangetroffen. (Hetgeen verdrinking en een langdurig verblijf in water wel hoogst onwaarschijnlijk maakt.)

“De rode draad is dat diverse aanwijzingen (zie geannoteerde bespreekpunten) niet zijn onderzocht omdat ze volgens G niet relevant waren voor de gehanteerde theorie (zie punt 3), omdat door hem was besloten dit niet te doen, of omdat het ‘flauwekul” betrof (woordkeus V).”

“Voor het ontbreken van verwachtbare stukken (zie punt4) geeft G geen verklaring.” (met verwachtbare stukken wordt o.m. bedoeld PV’s inzake inbeslagname stoffelijk overschot, inbeslagname kleding en een adequaat rapport inzake lijkschouw enz..)

Aan het eind van het gesprek liet ovj de Graaf nog maar eens weten dat hij niet van plan was verder onderzoek naar de dood van Tom in te stellen.

Hij vond zijn theorie “bezopen verzopen” volkomen bevredigend en alles wat daar niet in paste schoof hij domweg terzijde.

Burgers / ouders die dit alles lezen, en zichzelf geruststellen met het idee dat de wijze waarop er door pol/just met de zaak Tom is omgegaan een akelig incident betreft, moet ik teleurstellen:

“Desgevraagd stelt G dat het pro justitia onderzoek en het dossier voldoen aan de kwaliteitseisen die hij normaliter stelt. G: sterker, we hebben veel meer gedaan dan in andere vergelijkbare gevallen.

V: wat bedoelt u met vergelijkbare gevallen?

G: vermissing van jongeren en samenloop van toevallige maar fatale omstandigheden.”

(Reken dus niet op pol/just als uw kind ergens dood wordt gevonden.)

Politie en justitie waren dus niet van plan iets met de rapportages van het NFI (of welke gegevens en aanwijzingen dan ook) te doen. Dus dook ik nog maar eens wat dieper in deze materie.

Juist een weinig significant sectierapport roept immers vele vragen op (als je je huiswerk tenminste doet). Een telefoontje met de betreffende patholoog-anatoom leverde al meteen interessante vergezichten op.

Ik stelde een lijst van vragen op en mijn adviseur ging met deze vragen en opnameapparatuur naar het NFI te Rijswijk (ik houd niet van reizen). Het gesprek met de patholoog-anatoom en de toxicoloog was zeer vruchtbaar.

Mijn vragen leverden interessante antwoorden op. Een paar citaten uit de, door het NFI geautoriseerde, uitgetypte geluidsopnamen:

“RJV (mijn toenmalige adviseur): als we de zaak nu vanuit OM bezien, vormen dan uw bevindingen een bewijs voor de theorie dat Tom 5 etmalen te water heeft gelegen? RV (de patholoog-anatoom) : Mijn bevindingen bevestigen dit niet (track 7/8).

“Er zijn geen positieve aanwijzingen uit het NFI onderzoek die verdrinking stellig bevestigen. (..) De conclusie (van het OM) dat er sprake zou zijn van verdrinking rust derhalve geheel op het gegeven dat Tom is aangetroffen in een sloot.” (Of was Tom in een weiland gevonden, zoals ovj de Graaf mij in eerste instantie schreef..?) “RV: Zowel weiland als sloot kan.”

Naast de afwezigheid van diatomeeën en water in het lichaam en de longen, nog een aantal bevindingen die wijzen op overlijden op de dag van vinding of 1 dag eerder: “Beginnende processen van rotting / ontbinding, zoals bacteriële gisting en het ontstaan van andere soorten alcohol in het lichaam waren afwezig. En: “Aangetroffen zijn enige afgenomen lijkstijfheid en enige wegdrukbare lijkvlekken (track 14).” (NB, Tom verdween in de nacht van 12 op 13 febr. en werd 18 febr. gevonden.)

Ook het feit dat zowel op voor- als achterzijde van het lijk lijkvlekken zijn geconstateerd wijst op overlijden kort voor vinding; waarbij tevens de vraag rijst: is dit het gevolg van de wijze waarop politie het lijk heeft afgevoerd, of heeft/hebben een onbekende(n) er vóór vinding mee lopen slepen..?

Tevens waren er nog aanwijzingen voor overlijden tijdens coma. (Dat is moeilijk te verenigen met op eigen kracht te water geraken.)

Betreffende het alcoholpromillage in het bloed: “KL: Er is geen aanwijzing dat er sprake was van een acute alcohol intoxicatie.”

Er wordt tevens melding gemaakt van het feit dat er aanwijzingen zijn dat er specialistische handelingen, de dood tot gevolg hebbende, kunnen hebben plaatsgevonden. Ook bepaalde andere, de fysieke integriteit schendende, professionele handelingen kunnen niet uitgesloten worden. (Ik kan daar nu om voor de hand liggende redenen niet specifieker over zijn.)

Betreffende de hoge dosis xxx(medicijn) van mysterieuze herkomst in het bloed: Er zouden volgens KL (de toxicoloog) bepaalde onderzoeken gedaan kunnen worden die licht zouden kunnen werpen op de wijze waarop xxx is toegediend, alsook betreffende de postmortale periode (tijdstip van overlijden). Nader onderzoek was volgens het NFI (KL en RV) alleszins geïndiceerd.

Het OM vond dit echter niet nodig. (Lees: ovj de Graaf wilde niet weten wat er met Tom was gebeurd.)

Vervolgens probeerde het OM – net zoals, wederrechtelijk!, met de kleding van Tom was gebeurd – de door het NFI bewaarde lijkdelen te vernietigen. Daar stak ik (meermalen) een stokje voor. (Alleen daardoor kon er nu, in 2010, dus nog nader onderzoek op worden gedaan.)

Alle correspondentie met politie, ovj de Graaf, Hovj den Hollander, College van procureurs-generaal enz. leverde allemaal niets op. Men had zich ingegraven. Men zat tot over de oren muurvast in de vooroordelen en de gevolgen daarvan.

Moeders mocht het heen-en-weer krijgen met haar dooie kind. De reputatie van de betrokken ambtenaren woog zwaarder.

Wordt vervolgd

–oOo–

Reacties zijn gesloten.